In deze handleiding worden de belangrijkste aspecten behandeld die een rol spelen in de bloementeelt van Calla.
Ontsmetting grond
Gebruik een luchtige en goed doorlatende grond. Grondsoort zand, lichte zavel of potgrond met een pH van 6 tot 7. Belangrijk is dat de grond vrij is van Phytium of Rhizoctonia. “Schone” grond is noodzakelijk! Eigen onderzoek wijst uit dat Erwinia een secundaire ziekte is en wordt veroorzaakt door primaire ziektes als Phytium of Rhizoctonia.
Indien er Calla voor de tweede keer wordt geteeld op grond waar eerder Calla is geteeld is stomen noodzakelijk! Als dit niet gebeurd zal dit leiden tot veel uitval in de teelt.
Bij bakkenteelt is belangrijk dat naast verse potgrond ook de bakken wordt ontsmet/gestoomd.
Wanneer men de grond stoomt moet men ook chemische bestrijding toepassen. Stomen maakt ook de grond vrij van goede schimmels. Zorg dat de structuur van de grond goed is. Dit is belangrijk voor een goede start in deze teelt.
Bestrijding Pythium
Voor het planten dient de volgende behandeling te worden verricht:
AAterra 3 gr/m2.
Dit is +/- 6 weken werkzaam.
Na het planten kunnen de volgende middelen worden toegepast:
Aliette 1,5 á 2 gr/m2
Dit is een preventief middel.
Men kan dit meegeven bij de tweede of derde water gift . Dit wordt 2 á 3 keer toegepast met een interval van 2-3 weken.
Kalium-Fosfiet 5 ml/m2
Plantenversterkend middel voor verhoging van de weerstand tegen schimmels.
Previcur 3 ml/m2
Dit is een curatief middel;
Alleen gebruiken wanneer Pythium geconstateerd wordt.
Altijd spuiten over een nat gewas, en vervolgens afspoelen.
Bestrijding Rhizoctonia
Een bespuiting vlak na het planten noodzakelijk:
Rizolex 2 á 3 cc/ m2.
Spuiten na het planten op een enigszins vochtige grond.
Direct na opkomst kan de volgende middel worden toegepast:
Amistar 250 gr/ltr azocystrobine.
Volgens onze gewasbeschermingsleverancier bevat Ortiva als Amistar 250gr/ltr azoxystrobine.
Voor een gewasbespruiting adviseert men 0,5-1 liter/ha. Spuiten op nat gewas en vervolgens afregenen.
2. Plantdiepte/plantdikte
Het plantmateriaal door ons geleverd heeft een preparatie- en bloeibehandeling gehad en kan direct worden geplant.
|
Maat |
Stuks netto /m2 |
Stuks bruto /m2 |
|
14-16 |
22 |
15,4 |
|
16-18 |
18 |
12,6 |
|
18-20 |
15 |
10,5 |
|
20-22 |
13 |
9,1 |
Te dik planten kan leiden tot veel gewas ontwikkeling en minder bloemen geven.
De plant diepte, afhankelijk van de bolmaat is ongeveer 10 cm. Ondiep planten raden wij af omdat de wortels zich aan de bovenzijden ontwikkelen. Bij een drogere periode in de teelt kunnen hierdoor eerder problemen ontstaan.
3. Kasklimaat
TEMPERATUUR
Verwarmingstemperatuur van de kas is 16 graden Celsius. De luchtingstemperatuur is 18 graden Celsius. De optimale dag temperatuur (bij zonlicht) is 18 tot 20 graden Celsius en de optimale nacht temperatuur is 16 tot 18 graden Celsius. Belangrijk bij de bloei is een lagere nacht temperatuur. Dit geeft de bloem een intensievere kleur aan de rose en oranje variëteiten. Let op dat te lage kas temperatuur gedurende de bloeiperiode vergroening van de bloemen veroorzaakt.
RELATIEVE LUCHTVOCHTIGHEID
Uit ervaring in de kasteelt is gebleken dat in het voorjaar de RLV zeer sterk kan schommelen. Voorkom een RLV lager dan 60%. Dit kan leiden tot stress bij de plant waardoor deze vatbaarder wordt voor ziektes. Relatieve luchtvochtigheid hoger dan 75% verhoogt de kans op Rhizoctonia infectie. Daarnaast kan bij hoge RLV ook Botrytis optreden op het blad.
LICHT
Uit onze ervaring blijkt dat licht zeer belangrijk is voor de Calla teelt. Licht is van invloed te zijn op de bloemproductie van de knol. Daarnaast is licht intensiteit belangrijk voor de heldere kleur van de bloem en lengte van het gewas. Teveel schermen of lage lichtintensiteit heeft als gevolg een lagere bloemenopbrengst en veroorzaakt ook valere kleur van de bloem. Hoge dag én nachttemperatuur kan ook valere bloemen veroorzaken.
Schermen wordt vaak toegepast bij hogere instraling dan 700 Watt. Te weinig licht kan eerder tot een vermindering van de bloemproductie en stress.
4. Watermanagment
Water geven is zeer belangrijk in de Calla. In het begin heeft de plant/knol weinig water nodig. Pas wanneer het blad zich begint te ontvouwen, moet er meer water gegeven worden, immers de plant wordt actiever en verdampt meer. Daarnaast verdient de voorkeur om vroeg in de ochtend water te geven. Waneer er een donkere periode wordt verwacht stel, indien mogelijk het watergeven uit. Nadat het blad ontvouwt en de bodem van de grond is niet meer zichtbaar, alleen nog water geven via druppel systeem. Toets regelmatig de grond alvorens en kijk naar de weersvooruitzichten alvorens water te geven.
5. Bemestingsadvies
Bemesting in de Calla is één van de sleutels tot een succes in de teelt. Het gewas kan je generatief of vegetatief laten groeien. Ons advies om al vanaf het begin vegetatief te starten. Belangrijk is vooraf ook een grond analyse te laten uitvoeren. Na een grond analyse kan er een bemestingsadvies worden gegeven.
Kalium-Fosfiet wordt ook regelmatig in de teelt meegegeven als bemesting met daarbij als bijkomend voordeel dat het als plantversterkend middel werkt voor verhoging van de weerstand tegen schimmels.
Aanvullende teeltinformatie:
GEWASBEHANDELING
Een goede gewasbehandeling en watermanagement bij de Calla teelt zijn zeer belangrijk om Erwinia problemen te voorkomen. De eerste 6 weken na het planten zijn van groot belang voor het slagen van de Calla teelt in de kas. Het wortelgestel moet zich goed kunnen ontwikkelen. Bij te vochtig telen in deze periode loopt men eerder risico op Pythium, Phytophthora en Rhizoctonia. Daar Erwinia een secundaire ziekte is en wordt veroorzaakt door primaire ziektes als Phytium, Phytophthora en Rhizotonia dient deze te worden bestreden. Phytium treedt vaak pleksgewijs op en tast het wortelgestel aan van de knol waardoor de bovengrondse plantendelen omkrullend blad laten zien m.n. bij warm weer. De aangetaste planten blijft achter in groei i.v.m. gezonde planten.
Om Pythium en Rhizoctonia te voorkomen wordt geadviseerd direct na het planten een fungicide behandeling mee te geven met de beregening. Dit kan gedurende teelt 2 á 3 keer worden herhaald afhankelijk van stadium van het gewas. Rhizoctonia treedt op de grens lucht grond. Wanneer men de eerste symptomen ziet van omvallende stengeldelen adviseren wij om de plant voorzichtig uit de grond te halen. Wanneer de stengel verslijmt of verrot is boven de knol en in de grond dan wijst dit op Rhizoctonia aantasting.

Figuur 1 Pythium; aangetaste worteldelen sterven af
Figuur 2 Rhizoctonia aantasting
ERWINIA AANTASTING
Erwinia heeft als symptoom dat een stengel los zit tot het volledig omvallen van planten en waarbij de onderkant van de stengel stinkt. Belangrijk is te onderzoeken wat de oorzaak kan zijn van Erwinia aantasting. Erwinia treedt makkelijk op wanneer de plant gestrest is. Belangrijke oorzaken waardoor Erwinia kan toetreden zijn: aantasting door primaire schimmels in de grond (Pythium, Rhizoctonia, Fusarium en Phytophthora), te veel of te weinig water geven, te hoge Ec, schade door onkruid bestrijdingsmiddelen en omstandigheden waarbij de RLV hoger is dan 80% of lager dan 40%. Meld direct bij Kapiteyn wanneer men er een Erwinia aantasting heeft waargenomen! Belangrijk is ook om niet in een nat gewas te lopen i.v.m. verspreiding van de gevreesde bacterieziekte.
OOGSTEN VAN BLOEMEN
Het oogsten van de bloemen dient te worden gedaan in de vroege morgen of in de avond wanneer de temperatuur niet te hoog is en meteen in de koeling gebracht. De bloemen oogst men door te trekken. Met het trekken van de bloemen wint men 10 cm stengellengte en werkt veel sneller ten opzichte van snijden. Bij het trekken moet men aan de basis van de stengel trekken en niet in het midden!! Dit voorkomt dat de stengel slap wordt.
Ook moet men opletten dat de bijknop bij het trekken niet wordt beschadigd!! Voorzichtigheid is geboden. Als het oogsten moeizaam gaat is het raadzaam s’-morgen vroeg eerst een paar minuten water te geven alvorens te oogsten. Droog telen kan het oogsten bemoeilijken waardoor er gewasbeschadiging kan optreden.
Na het bossen dienen de stengels te worden afgesneden in het witte gedeelte. Belangrijk is dat de veilingemmers schoon zijn!! Smerige emmers zijn een infectiebron voor de bloemen. Aan het water dient huishoudcloor of Florisant 500 te worden toegevoegd om bacteriën te doden. Dit alles dient gedaan te worden om teleurstelling van consument te voorkomen.
Naast de variëteit en knolmaat kan het resultaat van het aantal bloemen per knol bij Calla afhangen van de volgende elementen: jaargang plantmateriaal en virusvrijheid daarvan, preparatie, gibberline behandeling, licht intensiteit in kas, vochtigheid van grond en de voorzichtigheid van plukken.
BLOEMPRODUCTIE
Belangrijke factoren die van invloed zijn op de productie zijn:
• Uitgangsmateriaal;
• Variëteit;
• Preparatie en Gibberline behandeling;
• Bemesting in teelt;
• Tijdstip planten en lichtintensiteit kas;
• Plantdikte.